2018

De Amelander Musea zetten elke maand een object uit de collecties van de musea in het zonnetje. Dit Museumstuk van de Maand wordt telkens als eerste gepubliceerd op de site van Persbureau Ameland, waarmee de Amelander Musea voor deze rubriek samenwerken. 

Kookeiland uit de negentiende eeuw

Het is nog maar een halve eeuw geleden dat Ameland op het aardgasnet werd aangesloten. Anno 2018 wordt op het eiland, dat zich als duurzaam probeert te profileren, druk gesproken over alternatieven voor aardgas. Het kan zo maar zijn dat Ameland in de nabije toekomst als eerste gemeente wordt losgekoppeld van het aardgasnet.

Voor de tijd van het aardgas werd er generaties lang op hout-of kolenkachels als dit exemplaar in Museum Swartwoude in Buren gekookt. Het is het Museumstuk van de Maand juni. Kachels als deze waren multifunctioneel: water werd verwarmd in een keteltje met een in de kachel verzonken reservoir. Vlees en stoofpeertjes sudderden urenlang op een petroleumstel. De brandstof kocht je bij de drogist of werd door het peteroliemannetje bezorgd. Eigenlijk is het een kookeiland, lang voordat het die naam kreeg.

Hoe lang je van petroleumstelletjes gebruik moest maken hing af van waar je woonde. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden overal in Europa gasfabrieken gebouwd. Die produceerden licht- of stadsgas door steenkool te verhitten. In het begin werd het gas gebruikt om straten te verlichten, later als energiebron om te koken of het huis te verwarmen. Na de ontdekking van het grote aardgasveld in Slochteren in 1959 werden in de jaren ’60 de gasfabrieken gesloopt.

Voor het HDK 2018 jaar kropen zes Amelander vrouwen in de huid van eilander vrouwen uit de voorbije 250 jaar. Samen met Nynke Jester - een Amelander vrouw anno 2018 - vertellen ze hoe ze leefden en kookten. Bij de expositie in Museum Swartwoude in Buren is een Amelander/Arctisch kookboekje uitgegeven. Mét een recept voor suddervlees à la oma.

 

Geraamte van een potvis

Met een lengte van 13.60 meter is het skelet van een potvis het grootste object in de collectie van het Natuurcentrum in Nes. Het skelet is van een van de vier potvissen die in 1997 aanspoelden op Ameland.

Potvissen vinden hun weg door de oceanen door geluidsignalen uit te zenden en op te vangen. Wanneer ze in de noordelijke winter naar het zuiden trekken, kunnen ze in de Noordzee verdwalen. Daar werkt het systeem met de geluidsgolven minder goed en wacht hen meestal de dood. Maar waarom deze soms wel 50 ton wegende kolossen - het zijn altijd mannetjes, vrouwen wagen zich niet zo ver noordelijk - verdwalen is niet duidelijk. Onderzoekers vonden een verband tussen zonnevlekken en uitbarstingen van de zon die het aardmagnetisch veld verstoren. Potvissen zouden daardoor van slag kunnen raken. Anderen vonden sporen van caissonziekte bij gestrande potvissen. Ze zouden geschrokken kunnen zijn van harde knallen en te snel naar de oppervlakte zijn gezwommen. Dat kan dodelijk zijn.

De meeste van de naar schatting maximaal twee miljoen potvissen blijven gelukkig in de oceanen, waar ze op één ademteug wel tot twee uur onder water kunnen blijven. De verklaring? Anders dan bij mensen verzuren hun spieren nauwelijks. Op jacht naar inktvissen, hun belangrijkste voedsel, kunnen deze roofdieren dieptes tot bijna drie kilometer bereiken. Hoe ze op die dieptes de enorme druk op hun lichaam, tot bijna 4500 kilo op elke vierkante centimeter, kunnen weerstaan is voor wetenschappers nog altijd een raadsel.

Kleding van een walvisvaarder

In de graven van walvisvaarders op Spitsbergen zijn opvallend veel mutsen gevonden. Veel van hun andere kleding is vergaan of niet mee gegaan in het graf, omdat goede kledingstukken vaak werden hergebruikt. Dat er zoveel mutsen de tand des tijds hebben doorstaan, komt door de schapenwol waarvan ze zijn gebreid. Kledingstukken van plantaardige vezels zijn bijna allemaal volledig vergaan. 

In de tentoonstelling over de reis van Hidde Dirks Kat in Museum Sorgdrager hangen replica’s van een kiel en een broek, zoals walvisvaarders die droegen. De mannen vertrokken in hun gewone winterkleding naar de poolstreken.

Met dit Museumstuk van de Maand willen we laten zien dat er achter de schermen van een tentoonstelling veel meer gebeurt dan de bezoeker ziet. De replica’s van de kiel en broek zijn afkomstig van het Arctisch Centrum van de  Rijksuniversiteit van Groningen. Janna Visser uit Ballum bestudeerde foto’s van restanten van een muts uit de 17e eeuw, zocht pigmenten uit die tijd en spon en verfde de wol voor de muts. De rode kleur is afkomstig van meekrap, de blauwe kleur van indigo. De grijze wol komt van een grijs schaap. Breispecialiste Willy van Dijk uit Leeuwarden breide de muts en maakte hem kunstmatig wat ouder.

Van schoeisel is vrijwel niets teruggevonden. Schoenen of laarzen van leer zijn vergaan of het materiaal is hergebruikt. Klompen werden als ze versleten of stuk waren verbrand.

Kinderkajak

Deze kinderkajak is het topstuk in de collectie walvisvaart van de Amelander Musea. Hij is afkomstig van Sukkertoppen, een eskimodorp op Groenland. In de achttiende eeuw hebben Amelander walvisvaarders de kajak waarschijnlijk als souvenir meegenomen. Uit de lengte en de peddel kan worden opgemaakt dat er kinderen in hebben gevaren. Uit het boek Het eiland Ameland en zijne bewoners door F. Allan, 1857. weten we dat de kajak rond het midden van de negentiende eeuw in de hervormde kerk in Hollum heeft gehangen. In 1966 is de kajak onder een stapel turf achter het orgel van de hervormde kerk in Hollum  gevonden. In 1994 is de kajak gerestaureerd en zijn de verbindingen van het geraamte van walrus-en ijsbeerpezen vervangen door henneptouw. Bij de restauratie is het ontbrekende deel van het frame opnieuw gemaakt, Het originele kleine middengedeelte bleef bewaard.. De beschildering is op Ameland aangebracht. De kajak is te zien in de expositie De reis van Hidde Dirks Kat in Museum Sorgdrager in Hollum.

Teiltje met een dramatisch tafereel

Het teiltje - in februari het Museumstuk van de maand - is ouder dan de beschildering van de bodem. Daarop is een dramatisch tafereel vastgelegd: walvisvaarders in gevecht met een ijsbeer. De beschildering - deels verdwenen en voor het overige van slechte kwaliteit - vertoont grote overeenkomsten met die van een hoekkast in de collectie van Museum Sorgdrager. Als beide beschilderingen door de zelfde schilder zijn gemaakt, moet dat laat in de negentiende of vroeg in de twintigste eeuw zijn gebeurd.

Het teiltje heeft de status van Museumstuk van de maand gekregen omdat het twee nieuwe exposities in Museum Sorgdrager verbindt. In de schuur wordt met moderne audiovisuele middelen een dramatisch verlopen reis van de Amelander walvisvaarder Hidde Dirks Kat verteld. Net zo dramatisch is het tafereel op het teiltje van andere walvisvaarders die door ijsberen worden aangevallen.

De hoekkast is onderdeel van een expositie van de topstukken uit de collectie Amelander meubelkunst van Museum Sorgdrager. Het begrip Amelander meubelkunst is ontstaan omdat op het eiland in de laatste eeuwen veel beschilderd meubilair huiskamers sierde. Vooral beddebankjes waren populair. Het is minder waarschijnlijk dat de meubels op Ameland zijn beschilderd. Het probleem voor onderzoekers is dat meubelschilders hun werk niet signeerden. Een oproep voor wetenschappelijk onderzoek van meer dan een eeuw geleden bleef lang onbeantwoord. Daarom is het bijna onmogelijk geworden om de herkomst en de schilders van afzonderlijke voorwerpen te traceren.