A.M. van Essen

Albert Meine van Essen (1922-1987)

 

De man die Leeuwarden groen maakte. Zo zou je Albert Meine van Essen kunnen noemen. Als hoofd van de Plantsoenendienst in Leeuwarden rond het midden van de vorige eeuw was zijn liefde voor de natuur groter dan het als ambtenaar leiding geven aan een grote gemeentelijke dienst. “Liefhebberen met een ander z’n centen”, zei Van Essen toen hij de VVV-bokaal kreeg voor het opfleuren van de provinciehoofdstad.

"Nou, je maakt het maakt het maar mooi. Zet er maar veel bloemetjes in", zei de eerste na-oorlogse wethouder van Openbare Werken, J. M. Praamsma, toen hij de 36-jarige Van Essen tot 'opzichter der plantsoenen' benoemde. Met zoveel politieke rugdekking liet Van Essen er geen gras over groeien. Langs de tien kilometer lange Rondweg liet hij honderdduizend rozenstruiken planten.

Albert Meine van Essen heeft in Leeuwarden een erfenis nagelaten. Onder zijn leiding werden op vijf plaatsen heemtuinen aangelegd: In de Kastanjestraat, langs de Potmarge en de Aldlansdyk en bij het toenmalige Triotel (nu onderdeel van het Medisch Centrum Leeuwarden). Bij zijn afscheid werden die gedocumenteerd in het boekje De A.M.van Essen Heemtuinen in Leeuwarden. Wat daarvan is overgebleven valt anno 2019 niet meer te achterhalen. De vijfde tuin naar zijn ontwerp,  het Heempark Kalkvaart, wordt nog volop gebruikt en onderhouden door medewerkers van de gemeentelijke buitendienst. Op de grens van de wijk Bilgaard en het Leeuwarder Bos toverde Van Essen een twintig meter brede en anderhalve kilometer strook grond om tot een paradijs voor vogels, akkeronkruiden en bijendrachtplanten.

A. M. Van Essen maakte niet alleen natuur, hij schilderde en aquarelleerde die ook. Het silhouet van het Nesser bos maakte hij in 1952. Na zijn pensionering ging Van Essen wonen op het Landgoed de Eese bij Steenwijk en bekwaamde hij zich verder in de kunst. ‘Een impressionist van het zuiverste water’, noemde recensent Sikke Doele van de Leeuwarder Courant hem na een bezoek aan een solotentoonstelling in Galerie Steenwijk. “Hij schildert traditioneel, dat wil zeggen heel dicht bij de natuur, maar zijn enthousiasme voor het métier straalt er vanaf.”

We begonnen dit levensverhaal toen Albert van Essen 36 jaar oud was. Zijn eerste herinneringen stammen uit het begin van de vorige eeuw, toen hij als kind van een zendeling-arts opgroeide in de overweldigende tropische natuur op het afgelegen eiland Morotai in de Molukse Zee. Het gezin woonde in een op palen gebouwde hut om zich te beschermen tegen tijgers en wilde zwijnen. Overdag was het er het 'machtige oerwoud, vol klanken en geheimen.' "De vele bonte vlinders in de schoonste kleuren waren om ons heen en het warme strand en "het kleurige koraalrif, dat door de blauwe zee werd omspoeld, was ons domein", herinnerde Van Essen. zich later.

Zijn biograaf H. Drost verklaart uit de omgeving waarin Albert van Essen opgroeide zijn latere beroepskeuze.  Maar het kan ook zijn dat dat Van Essen ooit heeft overwogen om kunstenaar te worden. Want bijna even groot als zijn liefde voor de natuur, was die voor het tekenen. Zowel op de lagere school als op het gymnasium deed hij niets lever dan tekenen, een vak waarin hij uitblonk. "Na Albert van Essen is er nooit een groter tekenaar in de klas opgestaan", zei zijn tekenleraar op de lagere school bij het huwelijk van Albert van Essen.     

De waardering voor zijn werk, en de omgang met zijn ‘groenmannen’, kwam  tot uiting bij zijn afscheid in 1974 toen hij benoemd werd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Albert Meine van Essen stierf in 1987. Hij ligt begraven op de Oude Begraafplaats Kerkbuurt in Steenwijkerwold.

A.M. van Essen


Het boekje dat bij het afscheid van Van Essen in 1974 werd uitgegeven.


Jac. P. Thijsse geeft raad

Op het gymnasium had Albert van Essen meer belangstelling voor de natuur dan voor zijn studie. Hij verslond alles van dr. Jac. P. Thijsse (van de Verkade albums). Alberts moeder schreef de beroemde plant-en dierkundige om raad. Thijsse schreef dit terug; "Uw zoon moet op het gymnasium blijven en moet bedenken dat Grieks en Latijn hem in 't latere leven goed van pas kunnen komen en dan moet hij mettertijd eens meer denken aan Tacitus dan aan Thijsse."

A.M. van Essen, Zwanewaterduinen, Olieverf, 1952

Collectie Amelander Musea