Het schelpenpad rond het baarhuisje geeft de contouren aan van een kerkje dat vier eeuwen lang op deze plaats heeft gestaan.


De grafkelder in het Ballumer baarhuisje blijft tot de verbeelding spreken

Grafkelders blijven tot de verbeelding spreken. Het heeft iets fascinerends om je een voorstelling te maken van wat er resteert van personen die er honderden jaren geleden zijn bijgezet. De 3000 kilo zware grafsteen in het baarhuisje van Ballum - een van de grootste in de provincie Friesland - is al eens verwijderd. Uit de vondst van schedels weten we dat er minstens elf personen hun laatste rustplaats kregen. Uit de tekst op de steen weten we van zeven wie dat zijn: Vier droegen de naam Van Cammingha, Heren van Ameland. Ook sommige van hun echtgenotes kregen er hun laatste rustplaats. Met de bijzetting in een grafkelder weken de Van Cammingha's niet af van een traditie in de zestiende en zeventiende eeuw. Voor de adel was het heel gewoon om van hun laatste rustplaats iets bijzonders te maken. Vaak werd dat een grafkelder in de plaatselijke kerk. Voor opeenvolgende generaties was het een vanzelfsprekendheid dat die plek ook het eindpunt zou worden van hun verblijf op aarde.

Op de plaats van het baarhuisje  op de begraafplaats van Ballum heeft  vanaf het begin van de 14de eeuw tot 1838 een kerkje heeft gestaan. Het kerkje is waarschijnlijk ouder dan het slot Ballum. Het was bijna 20 meter lang en 8,30 meter. breed. Bij een restauratie in 1773 is er een uit de Grote Kerk van Harlingen afkomstige preekstoel in geplaatst. Deze preekstoel is nu de blikvanger van de hervormde kerk van Ballum.  

De monumentale grafsteen uit het kerkje ligt nu in het baarhuisje op de begraafplaats. De steen - 3,80 meter lang en 2,25 meter breed -  is in 1552 gemaakt door Vincent Lucas uit Franeker. De geharnaste ridder die pontificaal is afgebeeld, is blijkens het omlopend randschrift Wytso van Cammingha, Heer van Ameland.

De grafkelder onder de steen heeft een lengte van 3,38 meter, is 1,38 meter breed en heeft een diepte van 1,40 meter. De wanden van de kelder zijn opgemetseld van zogenoemde Friese geeltjes. In de westwand is een apart stuk ingemetseld met een breedte van 80 cm. Dit gedeelte is uitgevoerd in kloostermoppen Vermoedelijk werd hierdoor de overledene in de kelder gelegd. De vloer van de kelder is belegd met estriken van 13,5 x 13,5 centimeter.

 

Het baarhuisje op de begraafplaats van Ballum. Op deze plaats stond tot 1838 een kerkje. De omtrek daarvan is aangegeven door het schelpenpad om het baarshuisje.  



De geheimen van een grafkelder: kakkerlakken en witlof

Evenals herenbanken, rouwborden, glas-in-lood-ramen en wapens op orgels gold een grafkelder in de kerk drie, vier eeuwen geleden als een statussymbool voor de adel. De favoriete plek was het koor van de kerk. Voor de kansel, zodat iedere kerkganger er zicht op had en kon mijmeren over vergankelijkheid als de prediker zijn dag niet had. Het risico dat er na hun dood lugubere dingen konden gebeuren namen de edelen voor lief.  Zo veroorzaakte in het begin van de 19 eeuw de opening van een grafkelder in Bruinisse een plaag van vliegen en kakkerlakken. Er konden een tijdje geen diensten worden gehouden in de kerk. Het kan overigens ook anders: de geopende grafkelder in de kerk van het Groningse Leermens was zo schoon, of schoongemaakt, dat de koster er zijn aardappels opsloeg en er witlof kweekte.  


Vier gezichten achter de schedels

Van in ieder geval vier personen in de grafkelder in Ballum zijn bij hun leven schilderijen gemaakt. Daarmee hebben enkele schedels een gezicht gekregen. Het zijn Pieter Sickes van Cammingha (1531-1575) en en zijn vrouw Franscke van Minnema (1534 – 1574), Wytze  van Cammingha (1592- 1641) en zijn vrouw Sophia van Vervou (1613-1671). Uit de vondst van minstens elf schedels weten we dat niet iedereen een gebeitelde vermelding in de steen heeft gekregen. Volgens inscripties op de grafsteen kregen in ieder geval de volgende personen er hun laatste rustplaats. Heer Wijtso van Cammingha, overleden op 10 oktober 1552, Heer Hayo van Cammingha, overleden op 19 december 1556, Pieter van Cammingha, overleden op 29 oktober 1575, Juffrouw Franske van Minnema, overleden op 15 oktober 1574, Heer Pieter van Cammingha, overleden in maart 1638,  Vrou…(Sjouck) van Ockinga, overleden op 4 april 1638 en Wytze van Cammingha, overleden op 29 januari 1641.

Pieter Sickes van Cammingha

Franscke van Minnema

Wytze van Cammingha

Sophia van Vervou


Grafsteen van 3000 kilo dekt grafkelder af

De deksteen bestaat uit twee delen die samen meer dan 3000 kilo wegen.

Twee detailfoto's van de grafsteen.

De inscripties in de steen zijn nog duidelijk leesbaar.

De geharnaste ridder die pontificaal is afgebeeld, is blijkens het omlopend randschrift Wytso van Cammingha, Heer van Ameland.

Detailfoto van de grote afbeelding op de grafsteen. Let op hoe de beeldhouwer de gezichtstrekken van de hoofdpersoon beitelde: Wytso heeft de blik naar de hemel gericht.