Sporen van Sint Magnuskerk gaan bijna duizend jaar terug

De hervormde kerk in Hollum -de Sint Magnuskerk - is de oudste kerk van Ameland. De kerk in de huidige verschijning- met een lengte van 45 meter en een breedte van 11 meter - is in 1678 herbouwd.  Deze kerk heeft de grondslagen van een kerk uit de 14e eeuw. Dit is te zien aan de stenen steunberen waarvan de functie is overgenomen door een houten gewelf aan de binnenzijde van de kerk. . Op de rondom de kerk gelegen begraafplaats rusten veel Amelander walvisvaarders en kapiteins van koopvaardijschepen.

De kerk heeft in de structuur kenmerken van een katholieke kerk, maar in de uitwerking zijn enkele typische elementen weggelaten. Een voorbeeld hiervan zijn de ontbrekende ramen aan de noordzijde van de kerk. Deze bevinden zich ter plaatse van de preekstoel. 

De kerk heeft een eenbeukige constructie die aan de kopzijde is afgesloten met een vijf-achtste koor. Deze vorm is waarschijnlijk overgenomen van de kerk die hier voorheen heeft gestaan.

Uit opgravingen tijdens de voorlaatste restauratie (1970-1977) is gebleken dat er op de plaats van de huidige kerk nog drie kerkjes hebben gestaan. Bouwsporen daarvan terug gaan tot in de 11e eeuw. De kerk zoals-ie er nu staat is opgebouwd uit verschillende stenen: kloostermoppen en Friese geeltjes. De kloostermoppen zijn waarschijnlijk afkomstig van de kerk die er in de 14e eeuw stond. Deze werd door de watergeuzen gedeeltelijk gesloopt. Een eeuw later is de kerk weer opgebouwd in combinatie met Friese geeltjes. Vermoed wordt dat bij de bouw in de 14e eeuw gebruik is gemaakt van kloostermoppen die afkomstig waren van het klooster Foswerd in Ferwerd aan de andere kant van de Waddenzee. 

De raamopeningen van de kerk bestaan uit gemetselde spitsbogen. Kenmerkend aan de ramen zijn de kleine oppervlaktes van het glas. Dit heeft  te maken met de oude productietechnieken. Het was destijds nog niet mogelijk grote stukken vlak glas te produceren. 

In 2009 is het dak van de kerk gehaald om een waterdichte folie aan te brengen. Er zijn nieuwe pannen aangebracht, die stuk voor stuk aan het dak zijn vastgemaakt om te voorkomen dat ze er bij storm af waaien. Ook de muren aan de binnenkant zijn hersteld.

 

Over watergeuzen, Hollumers en kloostermoppen

De Watergeuzen hebben in 1569 de vierde Rooms Katholieke kerk op deze plaats gedeeltelijk verwoest. De muren aan west-, noord- en oostzijde zijn blijven staan, maar het dak en de zuidmuur zijn gedeeltelijk ingestort. Toen de kerk na ruim 100 jaar  opnieuw werd opgebouwd - tot de kerk zoals hij er anno 2018 uitziet -  bleken er veel kloostermoppen verdwenen. De Hollumers konden de stenen wel gebruiken, want bouwmateriaal was vreselijk duur. Dat is de reden dat de zuidmuur van de kerk met Friese geeltjes is opgebouwd, op dat moment het gangbare bouwmateriaal. Een voorbeeld van het gebruik van kloostermoppen van de kerk door Hollumers - je zou het ook anders kunnen noemen - vind je in de woning aan de zuidkant van de begraafplaats, Zuiderlaan 16. De hele noordmuur van dat pand is opgetrokken van kloostermoppen van de kerk. Ook in de muren van andere woningen in Hollum vind je kloostermoppen terug, vaak als onderste stenen van gevels.

De kerk is in de afgelopen eeuwen geregeld gerenoveerd. Dit bord boven de zuid-entree herinnert aan een herstelbeurt in 1879.

Aan de zuidmuur van de toren is een herinneringsteen geplaatst ter nagedachtenis aan de Amelanders die in de Tweede Wereldoorlog door oorlogsgeweld zijn omgekomen. 

Het doopvont in het koor van de kerk is gemaakt door de uit Amelander ouders geboren beeldend kunstenaar Jaap van de Meij. Hij is begraven op het kerkhof bij de kerk.

 

Het interieur met de blik naar het koor  aan de oostzijde

Het interieur met  blik op de orgelgalerij aan de westzijde. Bij de ingang staan akoestische schermen die bij kerkdiensten in het schip worden geplaatst. Die absorberen geluid. Door afnemend kerkbezoek zouden de kerkgangers te veel last hebben van de galm. Akoestisch onderzoek wees uit dat klanken en geluiden in een lege kerk drie seconden nagalmen.

De preekstoel stond vroeger aan de zuidkant. Nu staat de voorganger aan de noordoostzijde. 

Detail van een houtsnijwerk aan de noordkant, dat vroeger boven de kerkenraadbanken hing. De afbeelding  verwijst naar de Griekse god Hermes met een caduceus, een herautenstaf die met twee slangen is omwonden. De caduceus staat voor vrede, bescherming en genezing. De slangen symboliseren  tegengestelde principes in het universum: mannelijk en vrouwelijk, zon en maan, ziel en geest. De staf zelf staat voor de as tussen de hemel en de aarde.

Dit grote scheepsmodel - de 19e eeuwse walvisvaarder Jonge Jan - had vroeger een prominentere plek in de kerk. Het stond op een constructie van metaal en hout  aan de oostmuur in het koor. Nu staat het wat uit het zicht naast het orgel op de galerij. Na een restauratie wil de kerkenraad het schip weer ophangen. Het schip symboliseert de verbondenheid van de kerk en de Amelanders met zeevarenden.

Detail van de preekstoel.

Na binnenkomst ziet de bezoeker direct rechts het eeuwenoude doophek. Het stond vroeger rond de kansel

De afdeling financiën in de kerk. De   collectezakken - ponkjes - waarin de kerkgangers hun giften kunnen achterlaten. 

 


Het orgel

Het orgel in de Sint Magnuskerk is in 1894 gebouwd door Bakker en Timmenga in Leeuwarden. Oorspronkelijk was het een éénklaviersorgel; in de jaren '70 van de vorige eeuw is er een tweede handklavier bij gekomen. De kas (of kast), het houten geraamte waarin het pijpwerk hangt, kreeg na een restauratie aan het begin van deze eeuw dezelfde kleuren als de balustrade: matzwart met gouden biezen. De bekroningen van de pedaaltorens zijn in het wit uitgevoerd. Bovenop de middenpartij staat een schild met het wapen van Ameland, een lier (harp) bekroont het orgel. Mense Ruiter uit het Groningse Zuidwolde restaureerde het orgel In de jaren 2001 - 2003.  Hij kreeg daarbij adviezen van de bekende organist Jan Jongepier.  

De orgelfabrikanten  Fokke Bakker  en Arjen Timmenga schroefden hun naamplaatje in 1894 op het klavier. In 1880 waren ze hun orgelmakerij begonnen. Ze werden daarmee de vierde orgelfabriek in Leeuwarden, na Willem Hardorff, L. van Dam en de gebroeders Adema. Het compagnonschap werd in 1902 ontbonden, waarna Timmenga het bedrijf alleen voortzette.

De kas(t) van het orgel en de balustrade vormen één geheel. 

Het orgel werd in de jaren '70 van de vorige eeuw uitgebreid met een tweede klavier. 


Gebrandschilderde ramen

De gebrandschilderde ramen in de kerk zijn niet origineel. De originele ramen werden in de laatste decennia van de 19e eeuw door het kerkbestuur, dat krap bij kas zat, verkocht. Een eeuw later dook een deel ervan op bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het kerkbestuur heeft replica’s laten maken van die exemplaren. In de ramen staan de namen van bestuurders van de dorpen van Ameland. 

Dirk Jansen, Hollum

Eelcke Pieters Saackma, Hollum 

Hendrick Jacobs, Hollum

Douwe Luives, Nes

Heere Minnes, Hollum

Foppe Hayes, Hollum