CULTUURHISTORIE


Kerken op Ameland

Godsdienstvrijheid als diplomatiek smeermiddel

Op Ameland is altijd een grote mate van godsdienstvrijheid geweest. De heren Van Cammingha die in de periode van de Reformatie en de 80-jarige oorlog de scepter zwaaiden over de Vrijstaat Ameland streefden altijd het behoud van de zelfstandigheid van Ameland na. Als heersers over het ministaatje moesten ze behendig manoeuvreren in al het politieke geweld en hadden ze dus belang bij rust op het eiland.

Het Protestantisme kreeg vaste voet aan de grond, bezittingen van de katholieke kerk werden geconfisqueerd, maar katholieken werden niet vervolgd. Vanaf het vaste land vluchtten katholieke families naar Ameland om hier hun geloof te kunnen belijden. Ze kregen rond 1630 weer een echte kerk; ze hoefden het niet te doen met een schuilkerkje. Zo konden de Van Cammingha's de Spanjaarden te vriend houden en lieten deze de Amelander schepen met rust.

Ook de Doopsgezinden die elders in de Nederlanden vervolgd werden, vonden op het eiland een vrijplaats. Tot in de 19e eeuw vormde de Doopsgezinde Gemeenschap de grootste groep protestanten op het eiland. De Vermaning is als enige van de drie doopsgezinde kerken in Nes bewaard gebleven. Het kerkje in deze staat dateert uit 1843.

Net als elders trok de liefde zich niets aan van verschillende godsdiensten. Op Ameland leidde dit niet tot dramatische toestanden. Er werd gewoon getrouwd. De gehuwden bleven hun eigen kerk trouw. Kinderen die naar vaders kant waren vernoemd gingen met vader naar de kerk en die naar moederskant waren vernoemd kerkten samen met moeder.

De Van Cammingha's: ...geloof als diplomatiek wapen...